Marialoop is een parochie van 8760 Meulebeke

www.meulebeke.be
Welkom in het verhaal van een parochie toen en nu ...
Startpagina

      
Parochie : Sint - Leo en Onze Lieve Vrouw Bezoeking ( Marialoop )

Parochie Marialoop, Bisdom Brugge, Dekenij Tielt.

Verslag der gebeurtenissen op Marialoop voorgevallen en dienstig voor het opmaken der Kerkelijke geschiedenis van België, gedurende den wreeden oorlog van 1914 - 1918, opgemaakt in Juli 1919 volgens bevel van Z.D.H. den Bisschop van Brugge, in date van 15 mei 1919 en volgens zijne voorschriften, door E.H. Foulon , pastor.

1.Bestuurlijke ligging enz.

De parochie Marialoop is gelegen in de Provincie Westvlaanderen, arrondisement Thielt .
De parochie is geene gemeente. Haar grondgebied strekt zich uit over een deel der stad Thielt en over een deel der gemeenten Meulebeke en Oostroosbeke. De kerk en de dorpsplaats en scholen zijn gelegen op de gemeente Meulebeke. Doch het grondgebied der stad Thielt komt dichte de parochiekerk ( 5 minuten afstand ). Hare bevolking is van ...zielen in het geheel; te weten; op grondgebied Thielt ... ; op dit van Oostroosbeke ... ; en dit van Meulebeke ...

Hare bevolking is weinig veranderd gedurende de oorlog.

De dorpsplaats van Marialoop is gelegen langs den steenweg van Thielt naar Oostroosbeke naar Oyghem aan de Leie, op een afstand van 5 kilometers der markt van Thielt, alsook van 5 kilometers der kerk van Oostroosbeke en op 4 kilometers der kerk van Meulebeke; en op 9 kilometers der Leie.

Ten zuiden der kerk op een afstand van een kleine kilometer, loopt er eene provinciale steenweg van Meulebeke naar Dentergem, naar Aersele.

2.Maatregelen bij den aanval enz.

Behalve de algemeene maatregelen getroffen door 't belgisch beheer en Krijgsoverheid, wierden er alhier nogh te Meulebeke bijzondere maatregelen geen bijzondere maatregelen genomen. Gesien voor de aankomst van het groot duitsch leger alhier op den october 1914, er alhier en te Meulebeke noch belgische, noch franse, noch engelse krijgslieden waren aangekomen; er onstond dus geene botsing tussen de vijandige legers, en de burgers hielden zich stil binnen, en met deuren en vensters gesloten ten grooten deele. Alsoo moest er geene ontruiming der bevolking geschieden; en er moest niets in veiligheid gesteld worden. Er wierd door geen een leger schade toegebracht bij 't inkomen, noch aan gebouwen, noch aan kerken, nog aan velden of beplantingen. En de bevolking naar wierd geenszins mishandeld.

3.Houding der krijgsoverheid enz.(hier bedoelt men waarschijnlijk het belgisch leger en dit der verbondenen).

Er waren alhier geene krijgsbenden noch krijgsoverheden ; dus wij moeten niet spreken van hunne houding.
Maar welke was de gesteltenis der soldaten als zij om middernacht , op 't onverwachts opgeklopt wierden , en bevel kregen aanstonds op te trekken naar den oorlog?'t Was eenen algemeene opschudding, onsteltenis en geween van mans vrouwen en kinderen, van soldaten vaders en moeders, broeders en zusters. Doch de soldaten trokken op met de moed om het vaderland te verdedigen.

Twee der zonen van Mr. Ev. Vandenheede trokken op naar Thielt, om dienst te nemen in het korps van vrijwilligers dat zich aldaar bevond, maar zij konden niet aanveerd worden.

4.Gesteltenis der burgerlijke bevolking in de eerste dagen van den oorlog enz.

Bovengemeld geween van ouders, vrouwen en kinders duurde verschillende dagen. Men vrocht niet meer; overal verzamelde men om te spreken van den oorlog van de gebeurtenissen, en laterhand van de mishandelingen der burgers te Luik, Leuven enz. De vluchtelingen die aankwamen van Mechelen in groot getal vermeerderden nog den schrik onder de bevolking. Deze wierd zo groot dat er op zekeren maandag (genoemd de zotte maandag) eene algemeene vlucht ontstond onder de manspersonen. Men wilde den Heer Pastor ook doen vluchten, zeggende : de duitschmans zijn nabij, zij nemen al de manspersonen aan, en doen ze voor zich gaan om er door beschermd te worden tegen 't vijandelijke vuur als door een paravent. Doch hij weigerde, zeggende : ik blijf bij mijne parochianen. Niettemin ziende dat er zoo veel over Marialoop kwamen gevlucht te voet en in velo, waaronder zelfs geestelijken, de Marialoopenaars volgden ze op de vlucht en verdoken zich in de velden, grachten, busschen enz. 's anderendaags ziende dat er geene duitschmans te zien waren, keerde men beschaamd terug.

De godvruchtige bevolking van Marialoop nam in deze noodwendigheden haren toevlucht tot het gebed. Den zondag tussen de vespers en lof las men in de kerk den volledigen rozenkrans met de litanie van O.L.V. of van alle heiligen, en men zag zeer veel volk in de kerk. Op de wekdagen d om 1 ure deed men hetzelfde in de kapel van O.L.V. ten ruste, en deze was vol volk. Hetzelfde wierd nog gedaan op vele gewesten der parochie voor eene kapel of kruisbeeld. Den 16 augustus 1914 deed men eenen talrijke en stichtenden bedevaart naar O.L.V. vanbijstand te Meulebeke, na den 15 eene boetprocessie gedaan te hebben.

Op de weke dagen wierd de misse bijgewoond door een groot aantal gelovigen die ten grooten dele ter zelver tijde tot de h.tafel naderden. Binst de jaren van den oorlog wierden alhier te Marialoop jaarlijks bijkans 50.000 communien uitgedeeld. Bij zoverre dat men mag zeggen dat het gedurig meer was, dan in de paaschtijd. Zie den recommendatieboeke voor verder inlichtingen over de godsvruchtige oefeningen.

5.Inval van de vijand enz.

Het groot duitsch leger kwam alhier aan langs den steenweg van Denterghem op de 19 en 20 october 1914. De 20 kwam er alhier een legerkorps inkwartieren van 960 mannen. Het was een uitgelezen korps van jagers; 't waren groote kloeke mannen; men stond er voor in bewondering en verbaasd. Men zegde : wie kan daaraan weerstaan!...

Deze soldaten namen kwartier bij landbouwers, burgers, en ten grooten deele in de school. De hoofdman en twee officieren namen kwartier in de pastorie. Deze hoofdman was een deftige grijsaard van 67 jaren oud. Hij had den oorlog van 1870 gedaan, men noemde hem den grijzen beer, om zijn hard en bijtende bevel over zijn volk. Deze hoofdman sprak den Heer Pastor aan met beleefdheid doch met plechtigheid van eenen propheet : "Heer Pastor, ik heb uitgelezene mannen , .. morgen gaan wij naar Yper en overmorgen gaan wij naar Duinkerke, en ik meen dat wij aldaar de engelmannen zullen vinden. We zullen er engeltjes van maken en dan gaan wij naar Calais, en van daar zullen wij Engeland beschieten. Vandaar zullen wij optrekken naar Pariijs en Bordeaux. En in drie maanden zal alles gedaan zijn. België zal aan Duitschland zijn ; en mischien een deel van Holland. Wij moeten toch iets hebben voor onzen arbeid..."

Ten minste 300 soldaten van dit korps overnachten in 't klooster, alwaar zij zes klassen in hun bezit genomen hadden. Zij openden pupiters en lessenaars en scheurden de belgische geschiedenis uit de leesboeken en bedekten er hunne vuiligheid mede op de speelplaatsen. De voorwerpen van duitsche oorsprong wierden geëerbiedigd, maar de andere ten deele vernietigd of beschadigd. Zij wilden laten blijken hun geest van Pangermanismus. Daar er geene botsing bestond alhier tegen de vijandelijke legers, zegden de duitschmans : "Het zijn hier goede lieden" ; en er wierd verder geen kwaad gedaan aan de eigendommen of personen.

6.Houding der vijandelijke legers in de eerste...

Gelijk er reeds vermeld is, in den vorigen nummer was hun houding, in 't algemeen, ten opzichte der burgers zeer goed. Waren de duitschmans niet aangerand door de verbondene legers, de burgers wierden niet beticht geschoten te hebben, en wierden dus niet mishandeld, gelijk op andere plaatsen alwaar er tegenstand was vanwege de verbondenen.

7.De dagen na den inval : belastingen, enz.

Na de twee bovengemelde dagen van inval zijn in Marialoop geene duitsche soldaten meer geweest tot den 26 october. Alsdan is hier aangekomen eene kolom van munitievoerders. Deze was klein in getal, en verbleef alhier tot den 20 oktober 1914. Het waren mannen van aan den Rhijn, zij waren bijkans allemaal katholiek. De hoofdman en een officier waren ook katholiek, de andere officier was een Israeliet.
Zij waren allen vol eerbied en achting voor de geestelijkheid. De hoofdman was zelfs zeer vriendelijk voor den E.H. Pastor der parochie. Hij vraagde hem soms of hij somwijlen geene klachten hoorde van den eenen of anderen soldaat. En de pastor antwoordende : ik kom te vernemen dat een soldaat eene onoozele dochter aangegaan heeft. Aanstonds wierd de plichtige soldaat opgezocht; een streng onderzoek wierd ingericht; en proces-verbaal wierd opgemaakt in de tegenwoordigheid van den Heer Pastor.

Onder godsdienstig opzicht waren zij een voorbeeld van godvruchtig- en eerbiedigheid in de kerk van neerstigheid om de goddelijke diensten bij te wonen, en van iever om deze op te helderen met hun gezang. De overheden gaven het voorbeeld aan hunne onderdanen met zelf komen plaats te namen van voor in de kerk. God gave dat onze bevolking dat schoon voorbeeld navolgde !

8.Later gewelddaden, inkwartieringen, inbeslagneming

Bijkans den helft van den tijd van den oorlog hebben wij geene of zeer weinig soldaten in kwartier gehad. Het was maar als Meulebekeplaats overlast was, dat er naar Marialoop gezonden wierden.

Bijzondere gewelddaden zijn er alhier niet bedreven geweest tenzij op het laatste van den oorlog.

Alhier wierd ook alles in beslag genomen gelijk elders. En de twee laatste jaren van den oorlog wij mochten niets anders meer hebben om ons te voeden dan hetgeen wij kregen van het voedingscomiteit. Maar de bevolking wilde het niet geloven; men blauwde geweldig : en als men betrapt wierd kreeg men zware geldboeten.

9.De bezettingsjaren

a.De kerk...'t klooster...de kapel

De E.H. Foulon pastor benoemd wordende te Marialoop in juni 1913, stelde zich, zonder uitstel , aan 't werk om de kerk binnen en buiten in een goede staat van onderhoud en netheid te stellen, en om de kerkornamenten te doen vermaken; en alzoo is er aan de kerk, binst den oorlog niets bijzonders moeten verricht worden, daar zij ten minste niet beschadigd is geweest binst den oorlog, behalve in de ontruiming, waarvan verder zal gehandeld worden.

Hetzelfde moet gezegd worden van de kapel van O.L.V. ter Ruste. Doch in deze zijn er nog al wel ruiten gebroken geweest door de oefeningen met handgranaten die men rond deze verrichtte. Verders wierd aan het gebouw geene schade toegebracht.

Op het laatste van den oorlog heeft de kapel eenige dagen voor inkwartiering der soldaten gediend.I n de kerk integendeel hebben er nooit soldaten overnacht.

Het klooster heeft geene kapel, maar alleen eene bidplaats, te weten eene bovenkamer met altaar erin. Deze bidplaats, en ook geheel het gebouw dat dient voor de woning der zusters, heeft niets geleden, of tenminste zeer weinig.I mmers op de bovenkamers zijn er nooit soldaten in kwartier geweest. En van de benedenkamers wierden enkelijk twee kamers afgestaan voor de inkwartiering der soldaten en dit waren de twee spreekkamers, derwelke altijd door officieren bezet waren. Bij uitzondering is hunne eetplaats eens voor eenige dagen bezet geweest door officieren.

Maar wat aangaat de schoollocalen is het geheel anders. Immers deze zijn veel gebruikt geweest voor de inkwartiering der enkele soldaten de twee laatste jaren van den oorlog. Dezen hebben vele schade toegebracht aan de schoone ceramieken vloeren met er hout op te klieven met hunne bijlen; aan de deuren, kassen, lessenaars, pupieters, lattenstoors, plancher enz. met een deel ervan in stukken te slaan om er brandhout van te maken; aan brandhout met dit in groote hoeveel te stelen en te verbranden enz... Bij zooverre dat de schade aan de schoolgebouwen en andere voorwerpen toegebracht mag geschat worden op 5600 francs aan den prijs van 1914.

b.Goddelijke diensten enz.

De goddelijke diensten zijn geen enkele dag opgeschort geweest; noch op de zondagen noch op de wekedagen. En zelfs, behalve in de winter van 1917-1918 heeft het duitsch leger zelden gebruik gemaakt van onze kerk voor de goddelijke diensten van katholieken of protestanten, gezien er alhier gewoonlijk niet veel soldaten waren. Doch in de winter van 1917-1918 wierden er bijkans alle zondagen goddelijke diensten gedaan voor de soldaten; in de kerk voor de katholieken om 9 1/2 door den Eerw. Paster Jesuies Harm, en in de kapel voor de protestanten. En alsoo zijn de parochiale kerkelijke diensten niet gestoord geweest.

c.Vrijheid van eeredienst enz.

De vrijheid van eeredienst is nooit en in niets gehinderd geweest behalve in twee punten te weten : 1° wij mochten de klokken niet luiden en 2° van af juli 1918, wij mochten op het grondgebied van Thielt en Oostroosbeke, aan de parochie Marialoop toebehoorende, niet meer gaan om de zieken te berechten en te bezoeken. En de parochianen, op gemeld deel der parochie wonende, mochten naar hunne parochiekerk niet meer komen, om misse te hooren, te trouwen, of gedoopt of begraven te worden. Dit was nogtans het gevolg van het streng verbod van buiten het operatiegebied te treden of erin te komen. Meulebeke was operatiegebied en Thielt niet, ten dien tijde.

d.Bijwonen der diensten en het naderen tot het h. Sacramenten enz.

De parochianen hebben gedurende den tijd van oorlog altijd naar hunne parochiekerk mogen gaan zondag en wekedag om de goddelijke diensten bij te wonen op het grondgebied van Thielt of dit van Oostroosbeke, zelfs ten tijde der versperring, krachtens eene buitengewone vergunning bekomen door den E.H. pastor van het bestuur in date van 17 februari 1917. Ook hadden zij veel iver om de goddelijke diensten bij te wonen en tot de h. Sacramenten te naderen bij zoover dat er jaarlijks bijkans 50.000 communien uitgedeeld wierden.

De plechtige communie is regelmatig altijd verricht geweest en met goede bereiding.

Vergelijkende tafel

Bijzondere diensten

Gedurende eenige maanden in 1917 en 1918, toen men alhier verschillende vliegpleinen maakte, alwaar de eenige parochianen werken moesten zondag en wekedagen, wierd er ter hunne voordeel om te kunnen misse horen 's zondags om 5 ure eene misse gecelebreerd. Van gemelde vliegpleinen is er nooit gebruik gemaakt geweest.

Openbare zedigheid zedelijkheid

De openbare zedelijkheid onder godsdienstig opzicht is al verre gebleven binst den oorlog en na dezen hetgeen zij was voor den oorlog. Hetgeen niet verbeterd is, is het bijwonen der vespers der manspersonen.

Onder opzicht van dronkenschap en nachthuilen hebben wij veel gewonnen, dank aan de strengheid van het duitsch bestier, en latertijd aan de kostelijkheid van den drank.

Onder opzicht van zuiverheid hebben wij weinig te klagen. Wel is waar waren er eenige herbergen alwaar de duitsche soldaten vele gingen, alsook een klein getal huisgezinnen alswaar zij aangetrokken waren ( Dufour , Coussement , wed. Buyck , Derm ), doch de algemeenheid der vrouwpersonen heeft zich deftig en eerlijk gedragen ten opzichte der duitsche soldaten. Binst geheel den tijd van den oorlog tot heden bebben wij maar twee onwettige kinders gedoopt. Het is voorzekers van geenen duitschen oorsprong. Het andere spruit voort uit eene familie alwaar zulke handelswijze in de traditie is.

Onder opzicht van rechtveerdigheid heeft de openbare zedelijkheid verloren, vooreerst door het slecht voorbeeld der soldaten en door gebrek aan brandstoffen en eetwaren bij sommigen.

e.De toestand der vrije scholen

Het duitsch bestuur heeft alhier het vrij lager onderwijs geene moeilijkheden veroorzaakt, alhoewel het zij het verbod gegeven heeft van nog de fransche taal aan te leren. Er is nopens dat punt geen onderzoek gedaan geweest.

De toelagen zijn regelmatig uitbetaald geweest.

Het onderwijzend personeel is het volgende




Van in het begin van oktober 1917 tot in oktober 1918 zijn al de schoollocalen moeten staan ten dienste der soldaten , zelfs als er geene soldaten op de parochie waren.Gedurende dat tijdstip hebben de zusters hunne klassen voort gedaan links en rechts in de localen vermeld na de namen van 't onderwijzend personeel.

f.Patronaten ... liefdadigheidswerken

De congregatien van Jongheden en Jongedochters zijn nooit opgeschort geweest door het bestuur der Duitschmans. De congregatie der Jongheden heeft geleden door het vertrek der soldaten en het opeischen der jongheden door de Duitschmans om te gaan werken. Deze des dochters integendeel wierd gedurende den oorlog regelmatig en wel bijgewoond.

De zondagscholen zijn nooit verboden geweest maar zij hebben geleden bij gebrek van lokalen en door de tegenwoordigheid der soldaten.

De vergaderingen van 't genootschap der h. moeder Anna zijn opgeschort geweest in 1917 door den E.H. Pastor om reden dat hij oordeelde dat de moeders meer goed konden doen met t' huis te waken over hunne kinders, dan mat naar de vergadering te komen.

De liefdadigheidswerken die alhier bestonden binst den oorlog zijn deze :
1°. S.Vincentius a Paulo genootschap 't welk in 1914 en 1915, 53 huisgezinnen patroneerde en later nog voor verminderd door de werking van 't hulp en voedingscomiteit (1)

2°. hulp en voedingscomiteit, afdeeling van Meulebeke voor het deel der parochie aan de gemeente Meulebeke toebehorende. Dit comiteit verleende in 1916 aan 434 personen onderstand, en gaf aan dezen alle veertien dagen de som van 1110 frs.
In 1918 waren er nog 414 personen ondersteund door gemeld comiteit en ontvangen te zamen alle 14 dagen 1205,50 frs.

3°. Kinderzorg gezegd moederhulp. Dit werk bezorgde voedsel melk en kleding aan rond de 50 kinders onder de 3 jaren. Werk verricht door den Heer Pastor en kloosterzusters.

4°. De schoolsoep. gaf Dit werk dat alhier bestond van voor den oorlog, heeft binst den oorlog tot in ... soep gegeven aan 225 arme kinders. Dit werk wierd ook verricht der ieverige Zusters van 't klooster.

5°. Spelderwerkcomiteit. Dit werk verschafte gaarnen werk aan 35 kantwerkers. 't Wierd ook bezorgd door de Zusters van het klooster met de hulp van den E.H. Onderpaster.

6°. De volkssoep. Dit heeft gedurende langen tijd soep verschaft aan ... armen familiën. Dit werk wierd nog verricht door de kloosterzusters zonder 't bestuur van den E.H. Pastor.

Dank aan al deze werken en aan het blauwen der burgers te weten : met olieslagen , met chicoreien branden of frutmaken ( men noemde Marialoop frutteghem om reden van desen handel met eetwaren te vervoeren of te dragen naar de steden enz.. is er op Marialoop weinig armoede geweest binst den oorlog. Ja sommige arme lieden zijn tot welstand gekomen.

(1) in 1914 heeft het genootschap van den H. Vinc. zeer vele vluchtelingen van Mechelen en andere ondersteund voor eenigen tijd, en deze waren zeer talrijk.

g.Wegvoeren van werklieden

Geene werklieden wierden weggevoerd naar Duitschland, maar zijn weggevoerd geweest naar de Sommestreek . Twee van dezen zijn aldaar gestorven : te weten : 1° Gustaaf Devos te Effry den 17 oktober 1917 en 2° Gustaaf Durieux oud 19 jaar te Trelon, den 5 januari 1918.

H.Ondersteuningswerken

Zie hoger letter f Liefdadigheidswerken

i.Gerechtelijke vervolgingen - oorlogsbelastingen

Er zijn geene geweest rechterlijke vervolgingen. Er zijn zware oorlogsbelastingen geleid geweest op den landbouw, alhoewel de landbouwers alles moesten uitvoeren op straf van groote geldboeten. Die zoo gemakkelijk en dikwijls ten onrechte uitgesproken wierden.

10.Naam, voornaam en dienststaat der parochiale geestelijkheid.

Geene geestelijken van Marialoop hebben in 't belgisch legerdienst gedaan gedurende den oorlog. Maar een zestigtal leeken der parochie hebben in 't leger gediend, waarvan de volgende gesneuveld zijn :

Naam en voornaam     N.N. der ouders     geboorteplaats en dag     overlijdensplaats en dag     bemerking
Landuyt Polydor     Camiel-V.D.bossche Coleta     Marialoop 0408/1892 Oostrozebeke     Thienen 14/08/1914     congreganius
Lambrecht Valentijn     Bruno-Baert Oct.     Marialoop 28/12/1882 Meulebeke     Antwerpen october 1914     idem
V.d. Sompele Achiel     Pieter-Devinck Marie     Aarsele 30/04/1893 Thielt     Pervijse october 1914     idem
Maes Albert     Petrus-Maes Rosalie     Marialoop 21/11/1892 Meulebeke     -     krijgsgevangene + duitsland
Snauwaert Alfons     Maes Rosalie     Meulebeke 31/12/1890     -     halve broeders (met bovenstaande)
Vanhoutte Alfons     Joannes-Devos Julia     Marialoop 29/05/1887     Dury (kop.) 15/07/1915     congreganist
Volckaert Achiel     Camiel-Saelens M.     Marialoop 09/05/1894     St-Loo (Vr.) 1915     idem
Vanpoelvoorde Hector     Jules-V.Meerhaeghe     Marialoop 20/08/18/93 Thielt     Rysbroek 20/08/1918     krijgsgevangene
Krijgsgevangenen

Herman Remi
Devolder Medard
Debouver Alois
Delmotte Alois
Cossens Honoré
Deras Remi
Derue Achiel

Vergelijkende tafel der geboorten sterfgevallen en huwelijken

jaar       geboren gedoopt.                    .....................sterfgevallen........................                   huw
-     kerk      thuis     totaal     kinders minder 11 j.     volwassenen     door oorlogsongeval     totaal     -  
1913     61     2     63     12     19     -     31     13  
1914     69     -     69     8     21     -     29     9  
1915     38     -     38     20     17     -     37     2  
1916     39     7     46     20     12     -     32     7  
1917     37     3     40     10     19     -     29     3  
1918     31     -     31     10     26     4(1)     40     11  
(1) een vijfde is alhier gekwetst geweest en te Rouselaere gestorven.

11.Huiszoekingen in kerken en kloosters enz.

Er is eene oppervlakkige huiszoeking gedaan geweest in de kerk en niets wierd er ontdekt.
Hetzelfde geschiedde in de pastorie en het klooster alwaar er ook niets ontdekt wierd.

De groote klok wegende, volgens de parochieboeken, 822 kgr. is door de Duitschmans, met de medehulp van een zekeren Kerkhofs, molenmaker te Ingelmunster, weggevoerd geweest den 8 october 1917. In de parochieboek wordt er geen opschrift vermeld; hetgeen te kennen geeft dat er waarschijnlijk geen op bestond, gezien het opschrift der kapelklok duidelijk vermeld is, in gemelden boek.

Op denzelfden dag is ook weggevoerd geweest de klok der kapel. Deze moest volgens vermeld parochieboek rond de 50 kgr. wegen. Zij droeg voor opschrift: "gegeven in 1665 door Gaspard Debeer, baron van Meulebeke, S.Maria de Marialoop ora pro nobis. Hergoten in 1858 door Vermeersch Pastor en Vergote onderpastor.

Het klokje van 't klooster heeft hetzelfde lot onderstaan op den zelfden dag.

De kleine klok der kerk is afgehaald geweest in 't geheim, door den E.H. Pastor en Gustaaf Desander en Achiel Vannieuwenhuyse rond den 15 augusti 1917 en den 29 dezelfde maand begraven in 't kerkhof, met een kistdeksel er boven, door den E.H. Pastor an Ach. Vannieuwenhuyse, ter gelegenheid der begraving van H.Vanlaecke 's middags binst dat de soldaten hunnen soepe aten. Korts na de inkomst der fransche troepen wierd zij wederom in den toren gesteld, tot vreugde der parochianen.

12. Feiten van verscheiden aard

De scheidingslijn van het operatiegebied is langen tijd geweest de steenweg over Brugge naar Kortrijk die loopt over het grondgebied Meulebeke. Later tijd wierden al de gemeenten over wiens grondgebied gemelde steenweg loopt geheel en gansch in 't grondgebied genomen, en zelfs nog andere.

In 't begin van 1917, toen Marialoop nog deel de maakte van het Etappengebied van Thielt, wierd de besperring van al de gemeenten van dit Etappengebied in voege gebracht, ten gevolge van eenige spioenen die men te Thielt ontdekt had. Deze maatregel had zeer slechte gevolgen voor de Marialoop, dewelke bestond uit een deel van drie verschillende gemeenten te weten : Thielt , Meulebeke en Oostroosbeke. Immers de parochianen van Marialoop woonende op ( deze twee ) 't grondgebied der Stad Thielt en der gemeente Oostroosbeke, mochten naar hunne parochiekerk op Meulebeke niet meer komen.
Doch op aanvraag van den E.H. Pastor, wierd er toegestaan door de Commandantur van Thielt, dat voormelde parochianen naar hunne parochiekerk mochten gaan om de goddelijke diensten bij te wonen en de schoollessen te volgen, mits op hunne identiteitskaart te doen vermelden "Parochie Marialoop" . En de E.H. Pastor en Onderpastor ontvingen regelmatig alle maanden een nieuw passeport om te mogen gaan op 't grondgebied van Thielt en Oostroosbeke, toebehoorende aan de parochie Marialoop.

Langen tijd ging alles goed. Maar later tijd als de duitschers begonnen in 't nauw gezet te worden, wierd de Stad Thielt verdeeld in twee commandanturen. Marialoop-Thielt behoorde toe aan de commandatur van den Poelberg. Ongelukkig de commandant deser commandatur weigerde of verwaarloosde op vele nieuwe kaarten de inschrijving "parochie Marialoop". En gaf aan het verzoek van den E.H. Pastor van op de nieuwe deze melding in te schrijven gaf gij geen gevolg.

Meulebeke was alsdan ook al eenigen tijd Ortscommandatur geworden en de gendarmen van Meulebeke waren zeer streng in aanhoudingen en huiszoekingen, en namelijk Adam, die Marialoop moest bewaken. Deze hielt eenige parochianen van Marialoop aan wonende op 't grondgebied Thielt, omdat zij naar hunne parochiekerk kwamen, en hunne zelfstandigheidskaart niet voorzien was van de inschrijving "parochie Marialoop". Zij wierden veroordeeld aan 75 marks boete, niet tegenstaande de verdediging van den E.H. Pastor.

Op Kermeszondag ( 1° zondag van september ) Ommegangzondag ( 7 juli 1918 ) wierden Ferd. Raes eenige anderen van ook Thielt aangehouden of liever hun paspoort gevraagd; en deze hunne pasporten de melding "parochie Marialoop" dragende, wierden zij niet gestraft; doch bovenvermelde vergunning wierd geheel en gansch afgeschaft den 8 juli. De parochianen wonende op 't grondgebied Thiekt en Oostroosbeke mochten naar hunne parochiekerk niet meer komen. En de priesters van Marialoop mochten deze parochianen niet gaan bezoeken noch berechten.

Den 14 juli wierd er door de gendarm Adam an een andere een klopjacht gedaan tegen de Marialoopenaars van Thielt en Oostroosbeke. Adam stond op de wacht aan de Kapel, en als hij den eersten man zag uit de vroegmis komen, hij reed met zulk groots geweld naar de kerkdeur dat hij viel. Het handgeklap der aanschouwers maakte hem woedend. Allen moesten hunne kaarten toonen, en ongelukkiglijk voor hem, hij vond niemand van Thielt of Oostroosbeke. Dezen ziende wat er gaande was vluchten naar huis al door den hof der pastorie. Adam ziende dat hij gefopt was, achtervolgde de vluchtelingen 20 minuten verre. Hij gelukte erin twee of drie oude lieden te vangen, die geboet wierden. Van dan af kwamen de parochianen van Marialoop-Thielt en Oostroosbeke naar hunne parochiekerk niet meer zoolang de Duitschmans alhier verbleven. De kinders nochtans hebben altijd voort mogen naar Marialoop naar de school komen.

eenige weken voor hun vertrek, de Duitschmans alhier in meerder getal toekomende, namen bezit der kapel voor inkwartiering der soldaten. Het getal der soldaten die aldaar overnachten was niet talrijk en verbleven er maar korte dagen. Doch niet te min wierd het miraculeus beeld zorgvuldig verborgen. En korte dagen na hun vertrek wierd dit beeld van O.L.V. ter Ruste, ongeschonden op zijnen troon gesteld in de kapel; derwelke ongeschonden bewaard is gebleven, uitgenomen de vensters.

13. De ontruiming. Houding der vijandelijke legers

Den 16 october 1918 kwam een duitsche officier de sleutels van den klok kerktoren vragen en eischen. De E.H. Pastor bad hem op den kloktoren niet te gaan, of ten minste er geen geschot op te stellen. De officier beloofde hem dit, maar brak zijn woord.

Van af dezen dag, begonnen twee kanons, staande bij de hofstede van C. Vanrenterghem, gestadig te schieten op Ingelmunster en omliggende streek, twee dagen lang. En gelukkig voor Marialoop, de verbondenen antwoordden niet. Immers zij hadden vele moeite gehad om hunne ( geschot ) kanons over het oud front te slepen, gezien het slechte weder en de groote putten der granaten.

Eindelijk den 18 october 's middags rond 3 ure begon een klein kanon te schieten van uit den kerktoren. Men schoot op de fransche soldaten die naderden. Maar welhaast wierd de kerktoren beschoten door de franschmans. Zij schoten eerst met klein geschot, maar te vergeefs de duitschmans deden maar altijd voort. Dan schoten zij met groot geschot en van den eersten slag doorschoten zij de torenmuur van vier bricken en een half. De obus ontplofte in de toren en zuiverde dezen van de duitschmans. Doch de franschmans schoten nog met brandbommen en het huis recht voor de kerkdeur ( de groote kerk ) wierd getroffen en brandde af.

Daarmee eindigde het beschieten van kerk en dorpsplaats. Alles had nauwelijks 30 tot 40 minuten geduurd.

Doch er wierd nog voort gevochten te lande namelijk bij de hofstede der Wed. Pieters ( parochie Meulebeke dicht bij Marialoop ). Aldaar wierden er 13 franschmans gesneuveld en liggen aldaar begraven. Bij de hofstede Dubron vielen er negen franschmans die ook aldaar begraven wierden. Bij de hofstede Dedeygere viel er een fransch soldaat ( een moor ) en is aldaar begraven. Later tegen de avond wierd er wreed gevochten bij de brouwerie van Dinneweth, alwaar 22 franschmans geneuveld wierden.dit geschiedde den vrijdag namiddag en alleenlijk 's zondags wierden zij weggevoerd naar Thielt om aldaar begraven te worden.

Er wierden bij de doorkomst der verbondenen op 't grondgebied Marialoop 32 franschmans gesneuveld in het geheel.

Den 22 october hebben wij te Marialoop eenen lijkdienst gecelebreerd ter lavenis deser gesneuvelden op Marialoop. Een zeer groot getal parochianen en fransche soldaten hebben desen dienst bijgewoond.

Niemand der inwoners van Marialoop is gevlucht bij 't doorkomen der verbondenen. Men zegde immers : waar moeten wij vluchten om in meerdere veiligheid te zijn? En vluchten wij, alles wordt geplunderd. Wat meer is de E.H. ....... van Thielt, aalmoezenier bij 't belgisch leger, 2 of 3 dagen vroeger, passerende te Meulebeke als krijgsgevangene zegde : als de verbondenen doorkomen, vlucht niet, men gaat met geen zwaar geschot schieten". Een religieus van 't Duitsch leger zegde hetzelfde aan de zusters : "gij moogt niet vluchten, houdt u in den kelder, wij hebben geen zwaar geschut meer, en in één of twee dagen is alles voorbij voor u".

God zij gedankt, alhoewel wij in groot gevaar waren is er geene parochiaan gedood bij de inkomst der verbondenen. Alleenlijk een vluchteling van Hooglede met naam Henri Hemmerijck, is alsdan omgekomen.

Den 18 october, binst den dag, 's avonds en 's nachts gingen de duitsche soldaten alle dieren gaan afhalen of liever stelen bij de landbouwers en de bezonderen.

Peerden, koeien, schapen, geiten, hennen, enz.alles deden zij mede, zonder medelijden.
Doch men verbergde de dieren zooveel mogelijk.

Binst den nacht van 18 tot 19 october vertrokken zij met pak en zak naar de Leye en verder naar Deinze.

De volgende dagen beleefden wij schrikkelijke nachten, ten gevolge der vliegmachienen. Binst den nacht van 1 tot 2 november viel er eene bombe op de hofstede van Desiré Beckaert. Deze wierd gedood, alsook een soldaat mat naam J.Dumenjou, en Georges Thierry wierd doodelijk gewond, en stierf later in 't hospitaal van Rousselare. Nog een andere bombe viel in het huis der wed. Const. Dhondt. Zij en haar schoonzoon René Vanpoucke wierden doodgeslagen; en hare dochter wierd gekwetst en doch is hersteld.

Den 19 october als men opstond, zag men de franschman op de dorpsplaats in zeer groot getal. De E.H. Pastor ging den commandant gaan bedanken voor de verlossing en gelukwenschen voor hunne vooruitgang.

Er bestond onder de bevolking en de franschmans een groote vreugde en geestdrift.

Deze eerste soldaten verbleven alhier maar korte tijd, zijn vertrokken en namen de straat langs de kapel naar den Poelberg om den vijand op de vlucht te achtervolgen.

14. Intrede der verbondene legers

't Verhaal der intrede der franschmans begint 10 lijnen hooger.

Als de voorposten vertrokken waren, kwamen er welhaast een ander ontelbaar leger af. De officier die den kerktoren beschoten had, ging op den toren zien, en wilde aldaar ook een kanon stellen op den toren. Doch op het smeeken van den E.H. Pastor verzaakte hij er aan. En alsoo hebben wij onze kerk mogen bewaren in goede staat. Er is wel een groot gat geschoten in den muur van den toren, er vielen wel obussen tegen den voorgevel, en er wierden veel ruiten en schallien gebroken, en de goot der daken wierd doorboord, maar dat kan al met kleinen kost hersteld worden.

Den 20 october 's zondags, wierd er eene solemneele hoogmis met te Deum gezongen om God te bedanken over de verlossing.

Op ommegang maandag 7 juli is alhier een jaargetijde gecelebreerd geweest ter lavenis onzer gesneuvelde soldaten van Marialoop, alsook der fransche gesneuvelde soldaten op Marialoop. Jaarlijks op gemelden dag zal dit jaargetijde voors gevierd worden vogens voorschrift van Z.E.H. den bisschop.

En op zijn bevel zal er een gedenksteen d met de namen onzer gesneuvelde soldaten in de kerk geplaatst worden ter hunner eeuwige gedachtenis.

Gedaan te Marialoop den 29 juli 1919.

De verslaggever
L.Foulon past.

Wij ondergetekenden hebben dit verslag gelezen en bevestigen de waarheid ervan

Joseph De Baecke
onderpastor

Chs Verkinderen
Marie Lagae kloosteroverste

Euphrasie Depyper
Zr. Julia

Klokken

Marialoop den 22 maart 1920

Zeer Hoogweerde en Eerwaarde Heer

In antwoord op uw circulaire van den 2 dezer nr. 206 , nopens de weggenomene klokken , geef ik U de volgende inlichtingen.

De duitsche troepen hebben alhier twee klokken weggenomen , alhoewel ik er mij tegen verzt heb uit al mijne krachten.

1° Zij hebben weggenomen de groote klok der Kerk wegende 822 kgr. en een doorsnede of diameter hebbende van onder van 1,20 met. ( buitenkant gemeten ). Deze was zeer welluidende.Het eerste punt van het gewicht en der welluidendheid getuigt de E.H. Kononyk Tanghe in zijn boekje over Marialoop , uitgave van 1861 , blz. 33 , geschreven ter gelegenheid eener zending alhier , en ten tijde van den E.H. Vandermeersch dewelke de klok op de toren geplaatst heeft.

De genoemde E.H. Tanghe maakt geen gewag van opschrift dezer klok.Doch een oude man met de naam Felix Boone , wiens vader ten tijde van de plaatsing der klok voorzitter was van den Kerkraad beweerdt dat gemelde klok draagt "een O.L.V. beeld , ( misschien O.L.V. van Marialoop dewelke zit ) Marialoop , de namen van Pastor v.d. meersch en voorzitter der Kerkraad Boone , en waarschijnlijk nog andere.

2° De duitschmans hebben ook weggenomen 't klokje der Kapel.Zie hier wat gemelde Heer Tanghe van dit klokje vermeldt bladz. 13 was in genoemd boekje.

"Binnen het jaar 1665 wierd de kapel met een kloksken vereelijkt van 32 kilos door Gaspard Debeer , Baron van Meulebeke , zoo als het opschrift er van getuigt in dezer voegen : Gegeven in 't jaar 1665 door Gaspard Debeer Baron van Meulebeke. S. Maria de Marialoop , ora pro nobis".

In nota wordt erbij gevoegd

"Dit kloksken wierd in 1858 hergoten met eene vermeerdering van 14 1/2 kilos , en draagt nu boven het oude opschrift dit bijvoegsel : "hergoten in 1858 , Vandermeersch Pastor en Vercruysse onderpastor." Dus dit klokje moet wegen : 32 + 14 1/2 = 46 1/2 Kgr.

Wij bidden U Hoogweerde , alle pogingen in te spannen om deze klokken terug te bekomen.

Aanveerd , Zeer Eerweerde Heer , de verzekering onzer gevoelens van hoogachting.

Uw ootmoedige Dienaar
L. Foulon

past.

Uit : Oorlogsverslagen 1914-1918 Vlaamse vereniging voor familiekunde.

terug naar startpagina
1° kl. der knechten
Zr. Philothee
Maria Lagae
kap. doksaal
2° kl. der knechten
Zr. Beatrice
Maria Clarhout
kerk
1 kl der meisjes
Zr. Céleste
Madeleine Noppe
kerk
2° der meisjes
Zr. Florence
Josephine Vermeersch
bij Desander
1 klas mixte
Zr. Julia
Euphrasie Depijpe
kapel beneden
bewaarschool
Zr. Hermine
Pauline De Pauw
smis en bij V. Renterghem
speldewerkschool
Zr. Zenobie
Lucie Windels
opgeschorst
Van in het begin van oktober 1917 tot in oktober 1918 zijn al de schoollocalen moeten staan ten dienste der soldaten , zelfs als er geene soldaten op de parochie waren.Gedurende dat tijdstip hebben de zusters hunne klassen voort gedaan links en rechts in de localen vermeld na de namen van 't onderwijzend personeel.

f.Patronaten ... liefdadigheidswerken

De congregatien van Jongheden en Jongedochters zijn nooit opgeschort geweest door het bestuur der Duitschmans. De congregatie der Jongheden heeft geleden door het vertrek der soldaten en het opeischen der jongheden door de Duitschmans om te gaan werken. Deze des dochters integendeel wierd gedurende den oorlog regelmatig en wel bijgewoond.

De zondagscholen zijn nooit verboden geweest maar zij hebben geleden bij gebrek van lokalen en door de tegenwoordigheid der soldaten.

De vergaderingen van 't genootschap der h. moeder Anna zijn opgeschort geweest in 1917 door den E.H. Pastor om reden dat hij oordeelde dat de moeders meer goed konden doen met t' huis te waken over hunne kinders, dan mat naar de vergadering te komen.

De liefdadigheidswerken die alhier bestonden binst den oorlog zijn deze :
1°. S.Vincentius a Paulo genootschap 't welk in 1914 en 1915, 53 huisgezinnen patroneerde en later nog voor verminderd door de werking van 't hulp en voedingscomiteit (1)

2°. hulp en voedingscomiteit, afdeeling van Meulebeke voor het deel der parochie aan de gemeente Meulebeke toebehorende. Dit comiteit verleende in 1916 aan 434 personen onderstand, en gaf aan dezen alle veertien dagen de som van 1110 frs.
In 1918 waren er nog 414 personen ondersteund door gemeld comiteit en ontvangen te zamen alle 14 dagen 1205,50 frs.

3°. Kinderzorg gezegd moederhulp. Dit werk bezorgde voedsel melk en kleding aan rond de 50 kinders onder de 3 jaren. Werk verricht door den Heer Pastor en kloosterzusters.

4°. De schoolsoep. gaf Dit werk dat alhier bestond van voor den oorlog, heeft binst den oorlog tot in ... soep gegeven aan 225 arme kinders. Dit werk wierd ook verricht der ieverige Zusters van 't klooster.

5°. Spelderwerkcomiteit. Dit werk verschafte gaarnen werk aan 35 kantwerkers. 't Wierd ook bezorgd door de Zusters van het klooster met de hulp van den E.H. Onderpaster.

6°. De volkssoep. Dit heeft gedurende langen tijd soep verschaft aan ... armen familiën. Dit werk wierd nog verricht door de kloosterzusters zonder 't bestuur van den E.H. Pastor.

Dank aan al deze werken en aan het blauwen der burgers te weten : met olieslagen , met chicoreien branden of frutmaken ( men noemde Marialoop frutteghem om reden van desen handel met eetwaren te vervoeren of te dragen naar de steden enz.. is er op Marialoop weinig armoede geweest binst den oorlog. Ja sommige arme lieden zijn tot welstand gekomen.

(1) in 1914 heeft het genootschap van den H. Vinc. zeer vele vluchtelingen van Mechelen en andere ondersteund voor eenigen tijd, en deze waren zeer talrijk.

g.Wegvoeren van werklieden

Geene werklieden wierden weggevoerd naar Duitschland, maar zijn weggevoerd geweest naar de Sommestreek . Twee van dezen zijn aldaar gestorven : te weten : 1° Gustaaf Devos te Effry den 17 oktober 1917 en 2° Gustaaf Durieux oud 19 jaar te Trelon, den 5 januari 1918.

H.Ondersteuningswerken

Zie hoger letter f Liefdadigheidswerken

i.Gerechtelijke ge vervolgingen - oorlogsbelastingen

Er zijn geene geweest rechterlijke vervolgingen. Er zijn zware oorlogsbelastingen geleid geweest op den landbouw, alhoewel de landbouwers alles moesten uitvoeren op straf van groote geldboeten. Die zoo gemakkelijk en dikwijls ten onrechte uitgesproken wierden.

10.Naam, voornaam en dienststaat der parochiale geestelijkheid.

Geene geestelijken van Marialoop hebben in 't belgisch legerdienst gedaan gedurende den oorlog. Maar een zestigtal leeken der parochie hebben in 't leger gediend, waarvan de volgende gesneuveld zijn :
Naam en voornaam
N.N. der ouders
geboorteplaats en dag
overlijdensplaats en dag
bemerking
Landuyt Polydor
Camiel-V.D.bossche Coleta   
Marialoop 0408/1892 Oostrozebeke
Thienen 14/08/1914
congreganius
Lambrecht Valentijn
Bruno-Baert Oct.
Marialoop 28/12/1882 Meulebeke
Antwerpen october 1914
idem
V.d. Sompele Achiel
Pieter-Devinck Marie
Aarsele 30/04/1893 Thielt
Pervijse october 1914
idem
Maes Albert
Petrus-Maes Rosalie
Marialoop 21/11/1892 Meulebeke

krijgsgevangene + duitsland
Snauwaert Alfons
Maes Rosalie
Meulebeke 31/12/1890

halve broeders (met bovenstaande)
Vanhoutte Alfons
Joannes-Devos Julia
Marialoop 29/05/1887
Dury (kop.) 15/07/1915
congreganist
Volckaert Achiel
Camiel-Saelens M.
Marialoop 09/05/1894
St-Loo (Vr.) 1915
idem
Vanpoelvoorde Hector   
Jules-V.Meerhaeghe
Marialoop 20/08/1893 Thielt
Rysbroek 20/08/1918
krijgsgevangene
Krijgsgevangenen

Herman Remi
Devolder Medard
Debouver Alois
Delmotte Alois
Cossens Honoré
Deras Remi
Derue Achiel

Vergelijkende tafel der geboorten sterfgevallen en huwelijken
jaar
geboren gedoopt
sterfgevallen
huw.

kerk
thuis
totaal
kinders minder 11j.
volwassenen
door oorlogsongeval
totaal

1913
61
2
63
12
19

31
13
1914
69
-
69
8
21

29
9
1915
38
-
38
20
17

37
2
1916
39
7
46
20
12

32
7
1917
37
3
40
10
19

29
3
1918
31
-
31
10
26
4 (1)
40
11
(1) een vijfde is alhier gekwetst geweest en te Rouselaere gestorven.

11.Huiszoekingen in kerken en kloosters enz.

Er is eene oppervlakkige huiszoeking gedaan geweest in de kerk en niets wierd er ontdekt.
Hetzelfde geschiedde in de pastorie en het klooster alwaar er ook niets ontdekt wierd.

De groote klok wegende, volgens de parochieboeken, 822 kgr. is door de Duitschmans, met de medehulp van een zekeren Kerkhofs, molenmaker te Ingelmunster, weggevoerd geweest den 8 october 1917. In de parochieboek wordt er geen opschrift vermeld; hetgeen te kennen geeft dat er waarschijnlijk geen op bestond, gezien het opschrift der kapelklok duidelijk vermeld is, in gemelden boek.

Op denzelfden dag is ook weggevoerd geweest de klok der kapel. Deze moest volgens vermeld parochieboek rond de 50 kgr. wegen. Zij droeg voor opschrift: "gegeven in 1665 door Gaspard Debeer, baron van Meulebeke, S.Maria de Marialoop ora pro nobis. Hergoten in 1858 door Vermeersch Pastor en Vergote onderpastor.

Het klokje van 't klooster heeft hetzelfde lot onderstaan op den zelfden dag.

De kleine klok der kerk is afgehaald geweest in 't geheim, door den E.H. Pastor en Gustaaf Desander en Achiel Vannieuwenhuyse rond den 15 augusti 1917 en den 29 dezelfde maand begraven in 't kerkhof, met een kistdeksel er boven, door den E.H. Pastor en Ach. Vannieuwenhuyse, ter gelegenheid der begraving van H.Vanlaecke 's middags binst dat de soldaten hunnen soepe aten. Korts na de inkomst der fransche troepen wierd zij wederom in den toren gesteld, tot vreugde der parochianen.

12. Feiten van verscheiden aard

De scheidingslijn van het operatiegebied is langen tijd geweest de steenweg over Brugge naar Kortrijk die loopt over het grondgebied Meulebeke. Later tijd wierden al de gemeenten over wiens grondgebied gemelde steenweg loopt geheel en gansch in 't grondgebied genomen, en zelfs nog andere.

In 't begin van 1917, toen Marialoop nog deel de maakte van het Etappengebied van Thielt, wierd de besperring van al de gemeenten van dit Etappengebied in voege gebracht, ten gevolge van eenige spioenen die men te Thielt ontdekt had. Deze maatregel had zeer slechte gevolgen voor de Marialoop, dewelke bestond uit een deel van drie verschillende gemeenten te weten : Thielt , Meulebeke en Oostroosbeke. Immers de parochianen van Marialoop woonende op ( deze twee ) 't grondgebied der Stad Thielt en der gemeente Oostroosbeke, mochten naar hunne parochiekerk op Meulebeke niet meer komen.
Doch op aanvraag van den E.H. Pastor, wierd er toegestaan door de Commandantur van Thielt, dat voormelde parochianen naar hunne parochiekerk mochten gaan om de goddelijke diensten bij te wonen en de schoollessen te volgen, mits op hunne identiteitskaart te doen vermelden "Parochie Marialoop" . En de E.H. Pastor en Onderpastor ontvingen regelmatig alle maanden een nieuw passeport om te mogen gaan op 't grondgebied van Thielt en Oostroosbeke, toebehoorende aan de parochie Marialoop.

Langen tijd ging alles goed. Maar later tijd als de duitschers begonnen in 't nauw gezet te worden, wierd de Stad Thielt verdeeld in twee commandanturen. Marialoop-Thielt behoorde toe aan de commandatur van den Poelberg. Ongelukkig de commandant deser commandatur weigerde of verwaarloosde op vele nieuwe kaarten de inschrijving "parochie Marialoop". En gaf aan het verzoek van den E.H. Pastor van op de nieuwe deze melding in te schrijven gaf gij geen gevolg.

Meulebeke was alsdan ook al eenigen tijd Ortscommandatur geworden en de gendarmen van Meulebeke waren zeer streng in aanhoudingen en huiszoekingen, en namelijk Adam, die Marialoop moest bewaken. Deze hielt eenige parochianen van Marialoop aan wonende op 't grondgebied Thielt, omdat zij naar hunne parochiekerk kwamen, en hunne zelfstandigheidskaart niet voorzien was van de inschrijving "parochie Marialoop". Zij wierden veroordeeld aan 75 marks boete, niet tegenstaande de verdediging van den E.H. Pastor.

Op Kermeszondag ( 1° zondag van september ) Ommegangzondag ( 7 juli 1918 ) wierden Ferd. Raes eenige anderen van ook Thielt aangehouden of liever hun paspoort gevraagd; en deze hunne pasporten de melding "parochie Marialoop" dragende, wierden zij niet gestraft; doch bovenvermelde vergunning wierd geheel en gansch afgeschaft den 8 juli. De parochianen wonende op 't grondgebied Thiekt en Oostroosbeke mochten naar hunne parochiekerk niet meer komen. En de priesters van Marialoop mochten deze parochianen niet gaan bezoeken noch berechten.

Den 14 juli wierd er door de gendarm Adam an een andere een klopjacht gedaan tegen de Marialoopenaars van Thielt en Oostroosbeke. Adam stond op de wacht aan de Kapel, en als hij den eersten man zag uit de vroegmis komen, hij reed met zulk groots geweld naar de kerkdeur dat hij viel. Het handgeklap der aanschouwers maakte hem woedend. Allen moesten hunne kaarten toonen, en ongelukkiglijk voor hem, hij vond niemand van Thielt of Oostroosbeke. Dezen ziende wat er gaande was vluchten naar huis al door den hof der pastorie. Adam ziende dat hij gefopt was, achtervolgde de vluchtelingen 20 minuten verre. Hij gelukte erin twee of drie oude lieden te vangen, die geboet wierden. Van dan af kwamen de parochianen van Marialoop-Thielt en Oostroosbeke naar hunne parochiekerk niet meer zoolang de Duitschmans alhier verbleven. De kinders nochtans hebben altijd voort mogen naar Marialoop naar de school komen.

eenige weken voor hun vertrek, de Duitschmans alhier in meerder getal toekomende, namen bezit der kapel voor inkwartiering der soldaten. Het getal der soldaten die aldaar overnachten was niet talrijk en verbleven er maar korte dagen. Doch niet te min wierd het miraculeus beeld zorgvuldig verborgen. En korte dagen na hun vertrek wierd dit beeld van O.L.V. ter Ruste, ongeschonden op zijnen troon gesteld in de kapel; derwelke ongeschonden bewaard is gebleven, uitgenomen de vensters.

13. De ontruiming. Houding der vijandelijke legers

Den 16 october 1918 kwam een duitsche officier de sleutels van den klok kerktoren vragen en eischen. De E.H. Pastor bad hem op den kloktoren niet te gaan, of ten minste er geen geschot op te stellen. De officier beloofde hem dit, maar brak zijn woord.

Van af dezen dag, begonnen twee kanons, staande bij de hofstede van C. Vanrenterghem, gestadig te schieten op Ingelmunster en omliggende streek, twee dagen lang. En gelukkig voor Marialoop, de verbondenen antwoordden niet. Immers zij hadden vele moeite gehad om hunne ( geschot ) kanons over het oud front te slepen, gezien het slechte weder en de groote putten der granaten.

Eindelijk den 18 october 's middags rond 3 ure begon een klein kanon te schieten van uit den kerktoren. Men schoot op de fransche soldaten die naderden. Maar welhaast wierd de kerktoren beschoten door de franschmans. Zij schoten eerst met klein geschot, maar te vergeefs de duitschmans deden maar altijd voort. Dan schoten zij met groot geschot en van den eersten slag doorschoten zij de torenmuur van vier bricken en een half. De obus ontplofte in de toren en zuiverde dezen van de duitschmans. Doch de franschmans schoten nog met brandbommen en het huis recht voor de kerkdeur ( de groote kerk ) wierd getroffen en brandde af.

Daarmee eindigde het beschieten van kerk en dorpsplaats. Alles had nauwelijks 30 tot 40 minuten geduurd.

Doch er wierd nog voort gevochten te lande namelijk bij de hofstede der Wed. Pieters ( parochie Meulebeke dicht bij Marialoop ). Aldaar wierden er 13 franschmans gesneuveld en liggen aldaar begraven. Bij de hofstede Dubron vielen er negen franschmans die ook aldaar begraven wierden. Bij de hofstede Dedeygere viel er een fransch soldaat ( een moor ) en is aldaar begraven. Later tegen de avond wierd er wreed gevochten bij de brouwerie van Dinneweth, alwaar 22 franschmans geneuveld wierden.dit geschiedde den vrijdag namiddag en alleenlijk 's zondags wierden zij weggevoerd naar Thielt om aldaar begraven te worden.

Er wierden bij de doorkomst der verbondenen op 't grondgebied Marialoop 32 franschmans gesneuveld in het geheel.

Den 22 october hebben wij te Marialoop eenen lijkdienst gecelebreerd ter lavenis deser gesneuvelden op Marialoop. Een zeer groot getal parochianen en fransche soldaten hebben desen dienst bijgewoond.

Niemand der inwoners van Marialoop is gevlucht bij 't doorkomen der verbondenen. Men zegde immers : waar moeten wij vluchten om in meerdere veiligheid te zijn? En vluchten wij, alles wordt geplunderd. Wat meer is de E.H. ....... van Thielt, aalmoezenier bij 't belgisch leger, 2 of 3 dagen vroeger, passerende te Meulebeke als krijgsgevangene zegde : als de verbondenen doorkomen, vlucht niet, men gaat met geen zwaar geschot schieten". Een religieus van 't Duitsch leger zegde hetzelfde aan de zusters : "gij moogt niet vluchten, houdt u in den kelder, wij hebben geen zwaar geschut meer, en in één of twee dagen is alles voorbij voor u".

God zij gedankt, alhoewel wij in groot gevaar waren is er geene parochiaan gedood bij de inkomst der verbondenen. Alleenlijk een vluchteling van Hooglede met naam Henri Hemmerijck, is alsdan omgekomen.

Den 18 october, binst den dag, 's avonds en 's nachts gingen de duitsche soldaten alle dieren gaan afhalen of liever stelen bij de landbouwers en de bezonderen.

Peerden, koeien, schapen, geiten, hennen, enz.alles deden zij mede, zonder medelijden.
Doch men verbergde de dieren zooveel mogelijk.

Binst den nacht van 18 tot 19 october vertrokken zij met pak en zak naar de Leye en verder naar Deinze.

De volgende dagen beleefden wij schrikkelijke nachten, ten gevolge der vliegmachienen. Binst den nacht van 1 tot 2 november viel er eene bombe op de hofstede van Desiré Beckaert. Deze wierd gedood, alsook een soldaat mat naam J.Dumenjou, en Georges Thierry wierd doodelijk gewond, en stierf later in 't hospitaal van Rousselare. Nog een andere bombe viel in het huis der wed. Const. Dhondt. Zij en haar schoonzoon René Vanpoucke wierden doodgeslagen; en hare dochter wierd gekwetst en doch is hersteld.

Den 19 october als men opstond, zag men de franschman op de dorpsplaats in zeer groot getal. De E.H. Pastor ging den commandant gaan bedanken voor de verlossing en gelukwenschen voor hunne vooruitgang.

Er bestond onder de bevolking en de franschmans een groote vreugde en geestdrift.

Deze eerste soldaten verbleven alhier maar korte tijd, zijn vertrokken en namen de straat langs de kapel naar den Poelberg om den vijand op de vlucht te achtervolgen.

14. Intrede der verbondene legers

't Verhaal der intrede der franschmans begint 10 lijnen hooger.

Als de voorposten vertrokken waren, kwamen er welhaast een ander ontelbaar leger af. De officier die den kerktoren beschoten had, ging op den toren zien, en wilde aldaar ook een kanon stellen op den toren. Doch op het smeeken van den E.H. Pastor verzaakte hij er aan. En alsoo hebben wij onze kerk mogen bewaren in goede staat. Er is wel een groot gat geschoten in den muur van den toren, er vielen wel obussen tegen den voorgevel, en er wierden veel ruiten en schallien gebroken, en de goot der daken wierd doorboord, maar dat kan al met kleinen kost hersteld worden.

Den 20 october 's zondags, wierd er eene solemneele hoogmis met te Deum gezongen om God te bedanken over de verlossing.

Op ommegang maandag 7 juli is alhier een jaargetijde gecelebreerd geweest ter lavenis onzer gesneuvelde soldaten van Marialoop, alsook der fransche gesneuvelde soldaten op Marialoop. Jaarlijks op gemelden dag zal dit jaargetijde voors gevierd worden vogens voorschrift van Z.E.H. den bisschop.

En op zijn bevel zal er een gedenksteen d met de namen onzer gesneuvelde soldaten in de kerk geplaatst worden ter hunner eeuwige gedachtenis.

Gedaan te Marialoop den 29 juli 1919.

De verslaggever
L. Foulon past.

Wij ondergetekenden hebben dit verslag gelezen en bevestigen de waarheid ervan

Joseph De Baecke
onderpastor

Chs Verkinderen
Marie Lagae kloosteroverste

Euphrasie Depyper
Zr. Julia

Klokken

Marialoop den 22 maart 1920

Zeer Hoogweerde en Eerwaarde Heer

In antwoord op uw circulaire van den 2 dezer nr. 206 , nopens de weggenomene klokken , geef ik U de volgende inlichtingen.

De duitsche troepen hebben alhier twee klokken weggenomen , alhoewel ik er mij tegen verzt heb uit al mijne krachten.

1° Zij hebben weggenomen de groote klok der Kerk wegende 822 kgr. en een doorsnede of diameter hebbende van onder van 1,20 met. ( buitenkant gemeten ). Deze was zeer welluidende.Het eerste punt van het gewicht en der welluidendheid getuigt de E.H. Kononyk Tanghe in zijn boekje over Marialoop , uitgave van 1861 , blz. 33 , geschreven ter gelegenheid eener zending alhier , en ten tijde van den E.H. Vandermeersch dewelke de klok op de toren geplaatst heeft.

De genoemde E.H. Tanghe maakt geen gewag van opschrift dezer klok.Doch een oude man met de naam Felix Boone , wiens vader ten tijde van de plaatsing der klok voorzitter was van den Kerkraad beweerdt dat gemelde klok draagt "een O.L.V. beeld , ( misschien O.L.V. van Marialoop dewelke zit ) Marialoop , de namen van Pastor v.d. meersch en voorzitter der Kerkraad Boone , en waarschijnlijk nog andere.

2° De duitschmans hebben ook weggenomen 't klokje der Kapel.Zie hier wat gemelde Heer Tanghe van dit klokje vermeldt bladz. 13 was in genoemd boekje.

"Binnen het jaar 1665 wierd de kapel met een kloksken vereelijkt van 32 kilos door Gaspard Debeer , Baron van Meulebeke , zoo als het opschrift er van getuigt in dezer voegen : Gegeven in 't jaar 1665 door Gaspard Debeer Baron van Meulebeke. S. Maria de Marialoop , ora pro nobis".

In nota wordt erbij gevoegd

"Dit kloksken wierd in 1858 hergoten met eene vermeerdering van 14 1/2 kilos , en draagt nu boven het oude opschrift dit bijvoegsel : "hergoten in 1858 , Vandermeersch Pastor en Vercruysse onderpastor." Dus dit klokje moet wegen : 32 + 14 1/2 = 46 1/2 Kgr.

Wij bidden U Hoogweerde , alle pogingen in te spannen om deze klokken terug te bekomen.

Aanveerd , Zeer Eerweerde Heer , de verzekering onzer gevoelens van hoogachting.

Uw ootmoedige Dienaar
L. Foulon

past.

Uit : Oorlogsverslagen 1914-1918 Vlaamse vereniging voor familiekunde.


Pastoor Foulon 1854 - 1930
Marialoop